Dalrymple (1)

Posted by Hans-Peter on 21 augustus 2011 in Actueel |

Theodore Dalrymple (pseudoniem voor Anthony Daniels) is een Britse psychiater die vele jaren in een ziekenhuis en een gevangenis in de achterbuurten van een grote stad in Engeland heeft gewerkt en ook in enkele van de armste landen van Afrika en in zeer arme landen in de Stille Zuidzee en Latijns-Amerika.

Uit die jarenlange praktijkervaring met mensen uit de onderkant van de samenleving heeft hij op de oorzaken van hun ellende een visie ontwikkeld die diametraal op de gangbare mening staat die sinds de jaren zestig bij progressieve intellectuelen ingang vond en daarna ook tot de mensen aan de onderkant doorsijpelde.

Hij heeft hierover een paar boeken geschreven die in Nederland erg goed zijn ontvangen, ook in progressieve kringen. Ten eerste zijn boek “Leven aan de onderkant – het systeem dat de onderklasse instandhoudt”. Een reeks heel goed en vlot geschreven essays waarin hij met het fileermes het gangbare cultuurrelativisme aan gort snijdt. Over dit zéér maatschappelijk-relevante boek schrijf ik in een ander logje meer.

In zijn tweede boek “Beschaving – of wat ervan over is” ben ik net begonnen. Ik heb net de Inleiding uit en die is al meteen raak. Het smaakt meteen naar meer, en dat wil ik de lezer niet onthouden. Daarom heb ik dat stuk hieronder vrijwel onverkort overgenomen.
De kwetsbaarheid van de beschaving is een van de grote lessen van de 20e eeuw. Aan het begin van die eeuw was het optimisme dat technische en morele vooruitgang hand in hand gingen, zo niet algemeen dan op z’n minst wijdverbreid. (…) Dankzij de toenemende wetenschappelijke en technische kennis zou de mens steeds welvarender worden, steeds gezonder, en daarom steeds gelukkiger. Wijsheid zou het logische gevolg zijn.

De mensheid is inderdaad steeds welvarender en steeds gezonder geworden. De vooruitgang is overduidelijk. De levensverwachting van een Indiase boer overtreft nu bijvoorbeeld verre die van een lid van de Britse koninklijke familie op het hoogtepunt van de Britse macht. In veel delen van de wereld is er geen armoede meer in absolute zin, zoals gebrek aan voedsel, onderdak of kleding; zij is relatief. De ellende bestaat niet meer uit grote lichamelijke ontberingen, maar vloeit voort uit de vergelijking met de enorme aantallen rijke mensen waardoor de relatief arme mensen omringd worden en van wie de (relatieve) rijkdom door de armen als een belediging, een schande en een onrecht wordt ervaren.

Maar waar de hoop op vooruitgang niet geheel en al een illusie is gebleken, is de angst voor een terugval evenmin ongegrond gebleken. De Eerste Wereldoorlog vernietigde het oppervlakkige optimisme dat inhield dat een vooruitgang naar een hemel op aarde mogelijk of zelfs onvermijdelijk was. De meest beschaafde volkeren bleken in staat tot de meest gruwelijke vorm van georganiseerd geweld. Toen kwamen het communisme en het nazisme, die gezamenlijk vele miljoenen mensenlevens kostten, op een manier die nog maar enkele tientallen jaren eerder voor onvoorstelbaar was gehouden. Vele van de rampen van de 20e eeuw zouden kunnen worden gekarakteristeerd als aanvallen op de beschaving zelf: de Culturele Revolutie in China bijvoorbeeld en de Rode Khmer in Cambodja. Nog in 1994 werden in Rwanda duizenden gewone mensen via demagogische oproepen over de radio getransformeerd in meedogenloze moordenaars (…) (met schattingen van het aantal slachtoffers tot ca 1 miljoen, HPK). Wie zou nu nog een weddenschap durven af te sluiten dat iets dergelijks elders in de wereld nooit meer zal voorkomen?

Je zou onder de gegeven omstandigheden mogen verwachten dat het de voornaamste zorg was van intellectuelen, die per slot van rekening geacht worden verder te kijken dan hun neus lang is en dieper na te denken dan de gewone man of vrouw, om de grenzen die beschaving van barbarij scheiden in stand te houden, aangezien deze grenzen de afgelopen honderd jaar vaak zo kwetsbaar zijn gebleken. Maar dan heb je het mis. Sommigen hebben bewust voor de barbarij gekozen; anderen hebben zich nog steeds niet gerealiseerd dat grenzen niet vanzelf in stand blijven, maar bewaakt of zelfs krachtig verdedigd moeten worden. Het doorbreken van taboes en het vertonen van grensverleggend gedrag verdienen in de ogen van moderne critici de hoogste lof, ongeacht welke grenzen zijn verlegd of welke taboes zijn doorbroken. In een recensie over een filosoof (…) worden zijn persoonlijke deugden opgesomd. Daarbij was het feit dat hij onconventioneel was – maar de schrijver voelde zich niet geroepen om aan te geven in welk opzicht hij dan onconventioneel was. Voor de recensent was de bij de filosoof veronderstelde minachting voor conventies al een deugd op zich.

Natuurlijk zou die een deugd geweest kunnen zijn, maar evengoed een ondeugd, afhankelijk van het ethische gehalte en het maatschappelijke effect van de desbetreffende conventie. Maar er bestaat weinig twijfel dat door een tegendraadse houding aan te nemen tegenover gevestigde maatschappelijke regels de moderne intellectueel in de ogen van andere intellectuelen zijn sporen verdient. En het prestige dat intellectuelen hieraan verlenen bereikt vroeg of laat de niet-intellectueel. Wat goed is voor de bohémien wordt vroeg of laat goed voor (…) (de mensen aan de onderkant van de samenleving. HPK) Het soort mensen dat juist grenzen nodig heeft om het leven aan te kunnen of de hoop op verbetering levend te houden. Het gevolg is morele, spirituele en emotionele misère, die kortstondige pleziertjes en aanhoudend lijden met zich meebrengt.

Dat wil natuurlijk niet zeggen dat alle kritiek op maatschappelijke conventies en tradities destructief en ongerechtvaardigd is; ongetwijfeld heeft er nimmer een maatschappij bestaan waarin er niet veel en terecht bekritiseerd kon worden. Maar critici van maatschappelijke instituties en tradities, met inbegrip van schrijvers van fictie, zouden zich altijd moeten realiseren dat een beschaving evenveel onderhoud als verandering behoeft, en dat grenzeloze kritiek, of kritiek vanuit het standpunt van utopische grondbeginselen, bij machte is om veel -zelfs onherstelbare- schade aan te brengen. Niemand is zo geniaal dat hij alles alleen kan bedenken, en dat kennis van eeuwen hem niets nuttigs heeft te melden. Wie zich dit anders voorstelt, geeft zich over aan de meest egocentrische hoogmoed.

Omdat ik een aanzienlijk deel van mijn beroepsleven in derdewereldlanden heb doorgebracht, waar met de invoering van abstracte ideeën en idealen beroerde situaties nog onvergelijkbaar slechter zijn geworden, en de rest van mijn carrière in de zeer grote Britse onderklasse, waarvan de rampzalige denkbeelden hoe te leven in laatste instantie afkomstig zijn van onrealistische, genotzuchtige en vaak onzinnige ideeën van maatschappijcritici, ben ik het intellectuele en artistieke leven gaan zien als van immens praktische betekenis. John Maynard Keynes (buitengewoon beroemde econoom, HPK) schreef (…) dat mensen van de praktijk misschien niet veel tijd hebben voor allerlei theoretische overwegingen, maar dat de wereld in feite door weinig anders wordt geregeerd dan door gedateerde of geheel achterhaalde denkbeelden van economen en sociaal-filosofen. Daar ben ik het mee eens, behalve dat ik daar nog aan zou willen toevoegen: romanschrijvers, filmregisseurs, journalisten, kunstenaars en zelfs popzangers. Zij zijn de onofficiële wetgevers van de wereld; we zouden veel aandacht moeten besteden aan wat zij te zeggen hebben en hoe ze het zeggen.

10 Comments

  • joosttiboschsr zegt:

    De graaiers aan de onderkant, opgefokt levend in een materialistische etalagewereld, slaan -als er een kans is- inderdaad door in lompe woede. Maar de graaiers aan de bovenkant in hun aangeharkte villa’s bezorgen en bestendigen een wereldwijde economische crisis, die nog veel meer ellende veroorzaakt Zij hebben alle kansen en een overdaad aan neo-liberaal onderwijs die zij sluw misbruiken. Gelukkig hebben we een rechtstaat die zowel de lompe als de sluwe neo-liberale crimineeltjes aan kan (zou kunnen) pakken

    • Hans-Peter zegt:

      Dalrymple stelt juist de bovenkant aan de kaak (zie ook mijn reactie op Reinjohn hieronder). En terecht. Zowel de ideeën van progressief ‘links’ als liberaal ‘rechts’ zijn m.i. achterhaald. Het waardenrelativisme van de eerste is een illusie gebleken en failliet en het doorgeschoten individualisme en marktdenken van de tweede heeft ook allang zijn grenzen bereikt. Helaas zijn beide krachten nog sterk aanwezig, maar ik denk dat de wal uiteindelijk het schip zal keren. Het is jammer dat nagenoeg alle politici de moed ontbrak om tegen de heersende opvattingen in te gaan, terwijl de problemen zich al ruimschoots manifesteerden. Dat heeft er toe geleid dat de electorale ruimte is opgevuld door mensen die de thema’s hebben gekaapt.

  • Reinjohn zegt:

    Ontegenzeggelijk geeft de heer Daniels in zijn analyse de werkelijkheid van de Engelse “Working Class” goed weer. Hij is bitter en vol verwijten. Begrijpelijk, vind ik, en de verwijten zijn terecht.
    Maar het is mijns inziens niet het hele verhaal. Elk proces heeft zijn eigen geschiedenis van aanleidingen. De heer Daniels heeft weinig mededogen met de mensen die het goed bedoelden, maar het, retrospectief, niet goed deden. Er is veel wijsheid achteraf.
    Blijft het feit bestaan dat er een hele grote groep mensen in elke westerse samenleving is aan te wijzen die nooit in staat zullen zijn om zich, zonder hulp van anderen, in zo’n uiterst gecompliceerde staande te houden. Ik denk dat dit probleem meer aandacht verdient dan het nu krijgt. En het gaat niet aan om je er met een jantje-van-leiden af te maken door deze onderklasse tot vervelens toe op zijn eigen verantwoordelijkheid te wijzen en dan verder niets meer te doen. Die constante verwijzing naar het nemen van verantwoordelijkheid door anderen die daar, om in de persoon gelegen redenen, niet toe in staat zijn, betekent voor de verwijzers vaak een excuus om achter over te leunen en zelf niets meer te doen om te helpen.
    Wat ontbreekt bij meneer Daniels in deze is compassie en empathie. Begrijpelijk, maar het leidt tot niets.

    • Hans-Peter zegt:

      Dalrymple heeft in zijn duizenden gesprekken met zijn patiënten talloze malen geconstateerd dat zijn patiënten zich willens en wetens ellende op hun hals halen, niet alleen ten koste van zichzelf, maar ook van hun kinderen.
      Als oorzaken van dit onverantwoordelijke gedrag ziet hij de verzorgingsstaat die de economische mogelijkheid biedt en de liberale focus op vrije keuzes die het moreel veroorlooft. Werkt misschien voor de eigen bovenlaag, maar niet voor de mensen aan de onderkant. Het waardenrelativisme vanaf de jaren 60 van progressieve intellectuelen ziet hij als bron van de ellende. De amoraliteit, de onverschilligheid ten aanzien van de ontaarde cultuur van de onderklasse.

      Ik denk dat hij zijn compassie en empathie ruimschoots heeft bewezen door 14 jaar lang te kiezen voor het werk dat hij gekozen heeft en elke dag heeft geprobeerd zijn patiënten terug op de rails te krijgen. Hij was onthutst en ontsteld door hun ellende, maar vooral door hun onverantwoordelijkheid.

      Niets achterover leunen! Hij doet nu toch juist pogingen om de idee aan de kaak te stellen die de bron van alle ellende is. De hele maatschappij is doordesemd van die verkeerde opvattingen. Het wordt tijd voor een ommekeer en dat gaat traag. Maar hij spreekt vooral de bovenklasse aan op haar/zijn verantwoordelijkheid. En niet alleen de bovenklasse van de intelligentsia die het 50 jaar geleden ook veroorzaakt heeft, maar ook journalisten, kunstenaars en schrijvers.

  • Reinjohn zegt:

    Zou het misschien zo zijn dat de heer Daniels teleurgesteld is geraakt in de onderklasse, waarmede hij zich 14 jaar lang blijkbaar intensief mee bezig heeft gehouden? Uit zo’n teleurstelling kan ook een enorme aversie ontstaan. Niets menselijks is ons vreemd!! Maar het gaat me eigenlijk ook niet om individuele personen, maar vooral om grote groepen mensen in onze complexe samenleving, die vanuit hun veilige economische, morele en verantwoordelijke positie bij andere, economisch en moreel gezien, veel zwakkere groepen in de samenleving, een verantwoordelijkheidsgevoel willen zien dat er nu eenmaal niet of ternauwernood is. Dat verantwoordelijkheidsgevoel is er niet omdat het er per definitie niet kan zijn. Dat verantwoordelijkheidsgevoel kan er niet zijn omdat die eigenschap grotendeels afhangt van factoren die in de persoon gelegen zijn zoals bijvoorbeeld het gemiddelde niveau van het IQ en het EQ als afgeleiden van de genetische blauwdruk etc. Factoren waarop de groep in kwestie heel erg slecht scoort. En het zijn juist deze Deze onderklasse is het residu dat achterbleef na de na-oorlogse emancipatie van de arbeidersklasse. De kanslozen. De machtelozen. De mensen die in handen zijn gevallen van linksige goedmensen, die al het verantwoordelijkheidsgevoel, dat mogelijk nog mogelijk nog aanwezig was bij de onderklasse, eruit hebben gepamperd.
    Het zijn de mensen, die door de eerder genoemde factoren in hun persoon gelegen, totaal niet in staat zijn om weerstand te bieden aan de indringende en voortdurende “hersenspoeling” die het amorele en spijkerharde bedrijfsleven via de televisie en de sociale media op hen los laat.
    En zo kon dus een onsympathieke, onverantwoordelijke en agressieve onderklasse ontstaan die in toenemende mate aan zijn lot wordt over gelaten door de rest van de samenleving. Maar ondanks al die irritante en anti-sociale kenmerken blijft het een extreem kwetsbare en zwakke groep. Een groep die op gebied van gezondheid, levensverwachting, sociale cohesie etc. bijzonder slecht scoort.
    Om humanitaire redenen mag deze groep niet afgeschreven worden omdat ze niet voldoen aan de hen opgedrongen eis inzake het ontwikkelen van een volwassen verantwoordelijkheidsgevoel. Je kunt van een mus nu eenmaal geen adelaar maken. Wat ons rest is het aanwenden van de liefde en het erbarmen, die in een beschaafde samenleving verondersteld worden aanwezig te zijn om deze onderklasse te pacificeren en te socialiseren. Dat lukt niet door beroep te doen op eigenschappen die ze per definitie nu juist niet hebben. Het zal dienen te geschieden via een gematigd, maar toch stevig soort paternalisme, zijnde een mechanisme dat in de geschiedenis al vaker zijn nut heeft bewezen. En dat vereist meer inspanning dan stukjes schrijven en moralistische luchtkastelen bouwen. Er is werk aan de winkel.

  • Reinjohn zegt:

    Sorry voor de slordigheden in het verhaal. Ik heb het te snel geschreven en dan krijg je van die rare zinnen.

    • Hans-Peter zegt:

      Reinjohn, je zegt dat je van die groep eigenlijk geen verantwoordelijkheidsgevoel mag verwachten, omdat ze die van nature eenvoudig niet heeft. En wát er nog was heeft het progressieve establishment eruit gepamperd. En als oplossing zie je paternalisme.

      Dat verantwoordelijkheidsbesef weggepamperd is, ben ik mee eens. Maar niet alleen door de verzorgingsstaat, maar ook door het idee dat hun moraal niet slechter was dan andere (moreelrelativisme). Dalrymple gaat ervan uit dat de grootste groep wél verantwoordelijkheid hadden kunnen nemen, omdat hij de groep vergelijkt met dezelfde klasse, 40 jaar eerder, toen de situatie veel beter was. En hij vergelijkt het met soortgelijke groepen in de arme gebieden in andere werelddelen waar hij ook gewerkt heeft, waar de situatie wat dat betreft ook beter is.
      Hij wijt de toestand dus aan een factor die onderscheidend is t.o.v. 40 jaar terug en t.o.v. de situatie in die andere landen, namelijk: de progressieve ideeën over gelijkwaardige cultuur en moraal.

      Toch denk ik dat je gelijk hebt dat er altijd mensen zullen zijn bij wie moreel besef veel meer onderhouden moet worden dan bij anderen. Want zo zie ik dat: de mens wordt niet goed geboren, maar is van nature geneigd tot het kwade, Zijn geweten zal gevormd moeten worden door opvoeding en zal daarna een levenlange inspanning en onderhoud vergen. In de eerste plaats door een eigen besef van behoren, ten tweede door sociale controle en pas op laatste plaats door het juridische instrumentarium (wetten, straf enz.).

      Progressieven en Liberalen hebben de volgorde altijd omgedraaid: eerst wetten en sancties, dan veel later pas sociale controle (vond men al kwalijke inbreuk op individuele vrijheid van moraal) en dan pas innerlijke overtuiging (was helemaal verkeerd, want “hersenspoeling”).

      Dus al je bedoelt dat we de klassieke waarden weer moeten herontdekken en weer de aandacht moeten geven die het verdient door opvoeding en vorming door ouders, scholen, kerken en andere sociale verbanden, dan ben ik het daarmee eens. En niet alleen de onderklasse heeft daar baat bij, maar ook de elite, die tenslotte het voorbeeld geeft en daardoor een grotere verantwoordelijkheid heeft, maar deze maar al te vaak niet neemt; in tegendeel: schraapzucht at many places!

  • Margo zegt:

    Deel 1. Suggereert dit dat er nog een deel 2 volgt? 😉

  • Margo zegt:

    Er was pas op de radio een gesprek met hem. Zag het te laat om je te waarschuwen. Ik heb naast mijn bed wel tien boeken waarin ik begonnen ben en die ik nog moet uitlezen.

Laat een reactie achter bij Hans-Peter Reactie annuleren

Jouw e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Please enable javascript to post a comment !

Copyright © 2010-2021 Het Knegjespad All rights reserved.
Desk Mess Mirrored v1.7 theme from BuyNowShop.com.