Mijn roots in Beverwyck

Posted by Hans-Peter on 16 augustus 2010 in Beverwijk, Familiegeschiedenis |

In Beverwijk ligt een belangrijk deel van mijn verleden, zonder dat mijn ouders, grootouders of ik daar ooit gewoond hebben. Maar voorouders van verder terug hebben daar zo’n 300 jaar gezeten.

Mijn zus Margo en ik zijn bezig dat allemaal uit te pluizen. Voorlopig onderzoeken we alleen de naamdragende mannelijke lijn, want dat is al werk genoeg, maar uiteindelijk willen we van moederszijde ook terug in de tijd.

We hadden al flink wat informatie verzameld die tot in de 17e eeuw reikte, toen we er in de herfst van 2009  maar eens gingen kijken.  Zeker nadat we gehoord hadden dat er een pad van een paar honderd meter naar een voorvader vernoemd was.

Jacob Knegjespad
We gingen eerst naar het Jacob Knegjespad, aan de rand van de stad. In dat gebied werden in 1800 lunetten (verdedigingswerken) aangelegd waarbij een strookje van een stuk land van Jacob Knegjes onteigend werd.

Het is een sympathiek paadje met een beetje landelijk karakter.  Ik probeer me ook een voorstelling te maken van die tijd maar dat is lastig. Ik heb nu veel namen en doop- en overlijdensdata. En van een aantal ook hun functies en beroepen. Maar hoe leefden ze, wat waren het voor mensen, wat vonden ze belangrijk, hoe gingen ze met elkaar om? Daar komen we slechts heel mondjesmaat achter. 

Charters op perkament
Nadat we een tijdje rond het pad gemijmerd hadden, gingen we naar het museum Kennemerland waar we een afspraak met iemand van het Historisch Genootschap Midden-Kennemerland hadden, die oude akten en notulen transcribeert. Dat is nodig, want teksten van pakweg voor 1750 zijn voor de leek haast niet meer te lezen en zouden dus onbereikbaar worden. De teksten worden vervolgens in boekvorm gebonden. Op die manier wist ik dat enkele voorouders een rol speelden in een aantal documenten, waarvan één lange tijd in het museum ingelijst had gehangen. Die wilden we natuurlijk zien.

We zijn ruim een uur op zolder bezig geweest oude perkamenten akten uit te pakken en te fotograferen.

Onder meer de oude ingelijste akte. Het betrof de aankoop in 1771 van een stuk eikenbos van ca 5 ha inclusief ijzeren toegangshek, 2 gemetselde pilaren met daarop vazen, 2 kabinetten en vaste zitbanken, voor ruim 5.000 gulden door Cornelis Knegjes -vader van de Jacob- en Willem Verheul, waarschijnlijk zijn zwager. Dat was toen een hoop geld. Na het overlijden van Cornelis  heeft zijn vrouw, Trijntje Verheul, zijn helft in 1785 weer verkocht. 

Schippers en voormannen in de Gouden Eeuw
In de  17e eeuw, waren twee generaties Knegjes in Beverwijk veerschipper en voorman van de 16 à 17 veerschippers op Amsterdam, die allemaal een eigen schuit hadden. Op Alkmaar voeren 3 schippers. De veerdiensten waren per ordonnantie (zie foto) gereguleerd wat betreft eisen aan de schippers en hun hulpen, de boten, de prijzen, het werkrooster enz. De vroedschap besliste hierover en de voorman zorgde voor naleving. Op het beledigen of bedreigen van een voorman was straf gesteld (was kennelijk nodig..). De veerdiensten op Amsterdam vormden een belangrijke economische bedrijvigheid voor Beverwijk en het beroep van veerschipper behoorde toen tot de beter betaalde.

Regenten in het Ancien Régime
In tegenstelling tot de meeste andere gewesten in de Republiek, waar de adel aan de touwtjes trok, hadden in het gewest Holland de burgers het voor het zeggen. Gedurende de 18e eeuw, tussen 1705 en 1797, maakten drie generaties Knegjes (achtereenvolgens Casper, Cornelis en Jacob), decennialang deel uit van het stadsbestuur en de rechtsspraak van Beverwijck. Zij bekleedden functies van vroedschap (alle drie), scheepene (Cornelis en Jacob) en burgemeester (Casper en Cornelis). Het waren dus lokale regenten, maar wat betreft macht en kapitaal beslist niet te vergelijken met die in de grote steden. Niettemin waren de standsverschillen groot en regenten waren echte notabelen. In de kerk zaten ze bijvoorbeeld vooraan op speciale verhoogde en versierde regenten- of herenbanken.

Benoemingen vonden plaats door coöptatie, en sociale status, welstand en familierelaties speelden mee. Ook gereformeerd zijn (in die tijd hetzelfde als ‘hervormd’), was een vereiste. Katholieken waren in die tijd uitgesloten van openbare functies. Jacob maakte op 4 nov 1794 de allerlaatste vergadering mee van het college van de vroedschap, voordat deze voorgoed afgeschaft werd en vervangen door de Municipaliteit op Franse leest, waar Jacob tot 1797 ook lid van was. Naast deze bestuursambten hadden ze ook gewoon een dagelijks beroep zoals broodbakker en belastinginner en vervulden een rol als diaken.

Revolutionaire omwenteling

Voor de toenmalige regenten was het bij de ingrijpende democratische omwenteling in 1795 (na de inval van de Fransen) even spannend wat er zou gebeuren. In Frankrijk hadden velen hun hoofd verloren tenslotte… Maar bewoners van Beverwijk kozen op 25 januari 1795 in een drukke Grote Kerk Jacob Knegjes als één van de vijf kiesmannen.   Daarna werden zij door de bevolking onder vrolijk gejuich naar het stadhuis begeleid, waar de kiesmannen de 14 nieuwe bestuurders kozen. Jacob Knegjes nam hen vervolgens de eed af (van trouw aan het nieuwe regime). In april werd Jacob zelf ook weer gekozen als bestuurder, en een jaar later opnieuw. We weten ook dat hij in 1810 weer scheepene was.  Jacob genoot blijkbaar vertrouwen en gezag, ook al had hij deel uitgemaakt van het oude, ondemokratische regime. Bron: Scholtens en Midden-Kennemerland, 2005)

Anekdote uit de Franse tijd
Eind 1795 werd een Franse legereenheid in Beverwijk ingekwartierd bij de burgers thuis. Dat gebeurde nogal eens na de Franse inval en gaf veel overlast. Een vrouw wilde bij haar soldatenvriendje in één huis ondergebracht worden en ene luitenant-kolonel Abbema kwam met een paar officieren toevallig de bestuurders Jacob Knegjes en Steven Rentink op straat tegen en eiste inkwartiering voor het stel in het huis van een stadsbestuurder.
Die lieten zich niet intimideren, waarna de spanning opliep. Toen voorbijgangers zich er ook mee gingen bemoeien  liep de boel uit de hand. Een stel officieren viel met steekwapens uit naar de burgers en de twee bestuurders.  Collega Rentink raakte gewond, Jacob niet. Gelukkig had hij één jaar tevoren al ons bestaan veroorzaakt…. Later dwong het bestuur nog de excuses af van deze kolonel, wat zijn promotie later overigens niet in de weg stond. Bron: “Dagverhaal der doormarcheerende troepen” uitgave van het Historisch Genootschap Midden-Kennemerland, 1999)

Ontmoeting met Napoleon?
De jaren daarna werden door oorlogshandelingen grimmiger en er zouden nog vele slachtoffers vallen, die dikwijls bij dezelfde Grote kerk verzameld werden. In de avond van 17 oktober 1811 is Napoleon op doortocht in Beverwijk nog welwillend door burgers en stadsbestuur ontvangen. Het is welhaast ondenkbaar dat iemand als Jacob Knegjes daar niet bij was.

 

Welvaart

Al in 1705 moet de familie in zekere welstand geleefd hebben, omdat dat een voorwaarde was voor de toegang tot de bestuurlijke functies. Hoe die welstand in de 17e eeuw is ontstaan is nog niet helemaal duidelijk. Gedurende de 17e en vooral de 18e eeuw werd in ieder geval een behoorlijk vermogen vergaard en bezat men destijds vele huizen, landerijen en op zeker moment het eerder genoemde stuk bos. Het is een bekend feit dat regenten zich toentertijd mogelijkheden konden verschaffen om kapitaal te maken. In de 19e eeuw was dat afgelopen. Beverwijk verarmde en het vermogen is waarschijnlijk in de loop van die eeuw door vererving geheel versnipperd en verder (helaas) in rook opgegaan!

Zegel

Schepenen bekrachtigden vroeger akten of charters vaak met hun zegels. De foto laat een afdruk zien met de randtekst: S. (scabinus=schepene) Jacob Knegjes. Uit akten weten we dat hij in ieder geval in 1782, 1789 en 1790 (en 1810) schepen was.  Het wapen (waarin het anker waarschijnlijk verwijst naar het verleden van schippers en voormannen) werd gevoerd door Jacob en waarschijnlijk ook door zijn vader, die immers ook schepene was (1766-1773). Bij de revolutionaire omwenteling, werden overigens alle uitingen van de oude heersende klasse -met onder meer alle familiewapens- uit de openbaarheid verwijderd (wapenborden werden uit de kerken gehaald en de meeste vernield en wapens op grafzerken werden weggehakt).
  

De 19e eeuw

De eeuw van de economische neergang van Beverwijk. Cornelis, de oudste zoon van Jacob (van het pad) verliet de stad, werd Rijksontvanger in Deventer en zou meerdere keren weduwnaar worden. Hij trouwde voor het eerst in 1801 in Beverwijk, daarna in 1822 in Rotterdam en in 1856 in Amsterdam en overlijdt in 1869 in Warnsveld en is begraven in Zutphen, Gelderland. Er zijn tot dusver geen kinderen van hem bekend.

Andere kinderen van Jacob bleven in de buurt van Beverwijk en na de aanleg van het Noordzeekanaal vestigden vanaf 1880 vrijwel alle familieleden zich in Velsen. Jacob’s achter-achterkleinzoon Cornelis,  mijn opa -zie foto-, wordt ook nog in Beverwijk geboren, trouwt in Den Helder en overlijdt in IJmuiden in 1947. Zijn zoon – mijn vader- die als laatste nog in de traditie van de familie wordt vernoemd (Johannes Cornelis), wijkt van het pad af.  Hij blijft niet op één plek maar zal talloze malen verhuizen en zelfs emigreren (Zuid-Afrika), waardoor zijn kinderen allemaal op ver van elkaar gelegen plaatsen geboren worden en ook gewend raken steeds ergens een nieuw leven te beginnen.

 

De naam Knegjes
Op de dag dat ik dit schrijf, 18 augustus 2010, is het exact 199 jaar geleden dat voor heel Nederland een decreet werd uitgevaardigd dat iedereen die dat nog niet had een vaste achternaam voorschreef. De naam Knegjes droegen we echter al sinds het begin van de 17e eeuw. De naam lijkt op het eerste gezicht te verwijzen naar een beroep als hulpje o.i.d. Voor zover we hebben kunnen nagaan tot in de eerste helft van de 17e eeuw, is hiervan niets gebleken. In tegendeel, zoals uit bovenstaande geschiedenis blijkt. Het waren schippers mét een hulp, belastingontvangers, zelfstandigen en regenten. Nog verder terug in de tijd kom je alleen voornamen en patroniemen tegen (bv. Cornelis Janszoon). De spelling van de naam houdt wel ongeveer gelijke tred met het oud-hollandse synoniem  voor ‘jongens’ dat in die eeuwen ook werd geschreven als Knechtgen en later Knegjes. Je had meisjes en knegjes.
Heel toevallig zat in de vroedschap van Beverwijck van 1694 tot 1704 een Jan Jansz. Jongens. Bij zijn overlijden was Casper Willemsz Knegjes zijn opvolger. Zou dat familie geweest zijn, waarbij de Jan Jansz zijn achternaam had veranderd in het moderne woord? Familieleden mochten niet tegelijkertijd vroedschap zijn, maar opvolgingen binnen de familie kwam vaak voor.

Wordt vervolgd…
Onze speurtocht beperkt zich niet tot onze voorouders met openbare ambten. Maar over hen is wel meer bekend doordat veel in akten en notulen is vastgelegd. We zoeken verder, ook naar alle anderen.

7 Comments

  • Margo zegt:

    Mooi duidelijk verhaal. Ik vraag me nog steeds af wat er met de broer van pa’s vader is gebeurd.

  • Joke zegt:

    Mooi verhaal. Ik ben benieuwd naar het vervolg. Ik zou wel wat meer willen weten over het beroep van veenschipper. Wat deden die mannen, wat vervoerden ze en hoe zagen die schepen er uit.

    • Hans-Peter zegt:

      Hallo Joke, wat een specifieke vraag!
      Het waren veerschippers die van alles en nog wat vervoerden. Meest tuinbouwproducten, verse groenten en fruit (vooral aardbeien en kersen beroemd), azijn en verse vis. Maar levende have kon ook, zoals schapen, geiten en mensen. Ook poststukken werden naar Amsterdam gebracht.
      De schuiten waren zeilboten met één hoofdmast en een drietal zeilen, zie ik hier voor me op een plaatje -die ik nog niet kan scannen- en moesten aan een aantal eisen voldoen. De boot mocht niet ouder dan 4 jaar zijn, minstens 6 lasten groot (1 last= 2,84 kuub meter inhoud) en 10½ voet breed (voet=30 cm). Op het plaatje schat ik de lengte op 10-12 meter en zie ik ook een kleine opbouw waar ook mensen in kunnen zitten. De schipper moest tenminste 1 jaar en 6 weken poorter van Beverwijk zijn geweest, borgen kunnen stellen en het schip persoonlijk samen met een hulp kunnen bevaren. Met goede wind deden ze er 2 uur over om in Amsterdam te komen. De schippers namen op verzoek ook allerlei zaken uit A’dam mee terug, waarbij ze de aankoopprijs moesten (kunnen) voorschieten uit eigen zak.

      • Joke zegt:

        Hoi,
        De eigenaren van die schepen zijn duidelijk belangrijke heren geweest. Er moet ook een levendige handel in tweedehands schepen zijn geweest, anders waren ze nooit akkoord gegaan met de eis, dat het schip niet ouder dan 4 jaar mocht zijn. De plaatselijke scheepswerven hadden zo doorlopend genoeg te bouwen.
        Interessant!!!
        Joke

  • Margo zegt:

    Veenschippers of veeRschippers?

Geef een reactie

Jouw e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Please enable javascript to post a comment !

Copyright © 2010-2021 Het Knegjespad All rights reserved.
Desk Mess Mirrored v1.7 theme from BuyNowShop.com.